Platform

Wilt u zich aanmelden als gebruiker van het platform, vraag dan via dit formulier een account aan.

Nieuw wachtwoord
Nieuw account aanvragen

Kijk hier in het archief

Hierbij een kijkje in ons archief.

Vandaag de 100ste traditie op de Nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed

Zomercarnaval in Rotterdam wordt vandaag als de honderdste traditie op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland geplaatst. De inventaris is een middel om mensen te helpen hun traditie door te geven naar volgende generaties en vloeit voort uit de ondertekening van het UNESCO Verdrag ter Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed door de Nederlandse regering in 2012. In vier jaar tijd hebben honderd immaterieel erfgoedgemeenschappen zich bij het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland gemeld om hun traditie te plaatsten. Zomercarnaval is nummer 100 op de Inventaris.

Immaterieel erfgoed omvat tradities, feesten, ambachten, rituelen en gebruiken die we van onze ouders en voorouders hebben overgenomen en op onze beurt weer doorgeven aan onze kinderen en kleinkinderen. Immaterieel erfgoed zit in de harten van mensen, vandaar dat het ook weleens levend erfgoed wordt genoemd. Het is erfgoed dat nauw verbonden is met de culturele identiteit van de beoefenaars er van.

Op de Nationale inventaris staan nu honderd tradities. Dat betekent dat er honderd gemeenschappen in Nederland zijn die hun traditie zó belangrijk vinden, dat ze die graag actief willen doorgeven. Van de honderd tradities zijn er 10 met roots buiten Nederland, 9 jongerentradities, en 12 uit de vier grote steden. Alle provincies zijn vertegenwoordigd op de inventaris met als koplopers Overijssel, Noord-Brabant en Zuid-Holland.

Het doel is een brede inventaris, met zowel tradities uit de stad als van het platteland, van jongeren en van ouderen, tradities die al generaties lang in Nederland worden beoefend en tradities die nog niet zo lang hier geworteld zijn. Dat is soms best lastig, want er is in Nederland gekozen voor een bottom-up benadering, waarbij dragers en beoefenaars van immaterieel erfgoed zelf hun traditie voordragen voor plaatsing op de inventaris. Daardoor kan het zijn dat mensen bepaalde tradities op de inventaris ‘missen’. Dat komt dan omdat die gemeenschap de traditie (nog) niet heeft voorgedragen.

zomercarnaval

Unieke samenwerking om de kennis van het klompen maken te behouden

De Stichting Klompenmonument, de Klompenopleiding in Enter en het Klompenmuseum in Eelde slaan de handen ineen om het ambacht van handmatig klompen maken te behouden voor de toekomst. Ineke Strouken, directeur van het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland: ‘Klompen maken is bedreigd immaterieel erfgoed. Als wij niet uitkijken hebben wij straks geen mensen meer die draagbare klompen kunnen maken. De situatie is heel zorgelijk. Het wordt tijd dat wij de kennis van het ambacht veilig gaan stellen en zorgen dat het wordt doorgegeven aan de toekomst. Anders zijn wij dit icoon van Nederland kwijt. Daarom ben ik blij dat op de viering van het 40-jarig jubileum van de Klompenopleiding in Enter de handen ineen geslagen worden om het ambacht toekomst te geven.’

In het najaar 2013 werd het handmatig klompen maken op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed geplaatst. De oudste klompen die in Nederland gevonden zijn dateren uit de elfde eeuw. Lang werden klompen in de wintermaanden gemaakt door boeren en vissers. Het werk buiten lag dan stil en de tijd werd besteed aan het maken van ambachtelijke voorwerpen. De kennis werd overgedragen van vader op zoon, van generatie op generatie. Eeuwenlang kende Nederland duizenden klompenmakers. In de vorige eeuw zette de daling echter fors in. Klompen werden alleen nog gedragen door boeren en stratenmakers.  Machines namen het maken van de klompen voor de toeristenindustrie over. Nu heeft de hele bedrijfstak – zowel handmatig als machinaal klompen maken - het moeilijk.  

Het ambacht van handmatig klompen maken wordt nu nog maar door een aantal mensen beoefend. De klompenmakers zijn zich er van bewust dat ze een zeldzaam geworden beroep uitoefenen. Toch geloven ze dat het ambacht toekomst heeft in een tijd waarin duurzaamheid en ambachtelijkheid hoog in het vaandel staan. Op het feest van het 40-jarig jubileum van de klompenopleiding in Enter – een plaats waar een eeuw geleden nog honderden klompenmakers hun brood verdienden – ondertekenen de drie belangrijke organisaties onder toeziend oog van de directeur van het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed het certificaat van de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed waarin ze beloven er alles aan het doen om het ambacht te behouden voor de toekomst.

De Klompenopleiding in Enter is 40 jaar geleden opgericht door een aantal klompenmakers. In de loop van deze 40 jaar heeft de opleiding een grote bijdrage geleverd aan het in stand houden van het ambacht.  Op donderdag 11 en vrijdag 12 augustus wordt dit jubileum gevierd in de vorm van de Europese promotiedagen handmatig klompen maken. Op de markt in Enter zullen de 30 klompenmakers uit verschillende Europese landen hun ambacht beoefenen, waaronder ook Nederlands jongste klompenmaker. Iedereen is welkom. De hele dag zijn er klompendemonstraties.

Noot voor de redactie:
Op donderdag 11 augustus om 11.00 uur tijdens de opening tekenen Ineke Strouken, directeur Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland, Albert Bouwmeester voorzitter Klompenopleiding Enter, Bertus van den Hof bestuurslid van het Klompenmuseum in Eelde en van de Stichting Klompenmonument, Ton Verheijen hoofddocent aan de Klompenopleiding Enter en burgemeester Robben van de gemeente Enter dat ze zullen samenwerken om dit belangrijke immaterieel erfgoed te behouden.

Minister Bussemakers met de molenorganisaties

molenaar unesco

Molenaarsambacht genomineerd voor de UNESCO lijst immaterieel erfgoed

Het molenaarsambacht wordt genomineerd als immaterieel erfgoed. Minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft besloten deze traditie voor te dragen bij UNESCO. De bewindsvrouw maakte dit vandaag bekend op molen D’Admiraal, de enige krijtmolen van Nederland.

Minister Bussemaker neemt hiermee het advies voor de Raad voor Cultuur over. Het is voor het eerst dat Nederland een traditie voordraagt voor de Representatieve Lijst van immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid bij UNESCO. Het is nu aan Het Gilde van Vrijwillige Molenaars, Vereniging De Hollandsche Molen, Het Ambachtelijk Korenmolenaarsgilde en het Gild Fryske Mounders om een nominatiedossier samen te stellen. Het dossier wordt in het voorjaar van 2016 ingediend bij UNESCO.

Bussemaker: ‘Molens zijn al sinds eeuwen met Nederland verbonden. Molenaars zijn nodig om de molens te laten draaien . Ook in de toekomst moeten we kunnen blijven genieten van de werking van deze dynamische monumenten. Door het molenaarsambacht voor te dragen bij UNESCO, gaat het vakmanschap van werken met molens niet verloren voor volgende generaties en blijft Nederland hét molenland bij uitstek.’ 

Behoud voor de toekomst
Sinds de negentiende eeuw zijn veel molens tot stilstand gekomen. Met het stilzetten van de molens ging ook de kennis van het werken met molens verloren. Het ambacht van de molenaar dreigde uit te sterven. Tegenwoordig laten vijftig beroepsmolenaars en vrijwillige molenaars de wind- en watermolens in Nederland weer draaien. Er is een opleiding voor vrijwillig molenaar opgezet. Ook zetten de vrijwilligers zich in om kennis over het ambacht van molenaar te delen met het grote publiek, zoals door de organisatie van de Nationale Molendag en met de molenapp.

Unesco
In 2012 heeft Nederland het UNESCO Verdrag ter Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed geratificeerd. Immaterieel erfgoed bestaat uit tradities, rituelen, gebruiken en ambachten die mensen niet verloren willen laten gaan en die ze willen doorgeven aan volgende generaties. Immaterieel erfgoed is dynamisch erfgoed en het beschermen ervan vraagt een andere aanpak dan het beschermen van monumenten en archiefstukken. Immaterieel erfgoed wordt gedragen door mensen en gaat mee met zijn tijd. Beschermen betekent dan ook levend houden, helpen om de waardering voor dit erfgoed te vergroten, het belang ervan te erkennen en het veilig te stellen voor de toekomst.

Nationale Inventaris Immaterieel Erfgoed
Om voorgedragen te worden bij het UNESCO-verdrag ter Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed, moet een traditie eerst op de Nationale Inventaris Immaterieel  Cultureel Erfgoed zijn geplaatst. De coördinatie van de inventaris is in handen van het  Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed, zie www.immaterieelerfgoed.nl.

De passie van jongeren voor hun immaterieel erfgoed

passie, jongeren en immaterieel erfgoed (2015)

Jongeren en tradities, een onmogelijke combinatie? Vergeet het maar. Het boek Passie, Jongeren en immaterieel erfgoed dat op zaterdag 28 november 2016 is gepresenteerd, bewijst het tegendeel. Het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland laat met dit boek zien dat er in Nederland veel jongeren zijn die met hart en ziel met hun traditie bezig zijn.

Jongeren zijn belangrijk voor tradities. Zij zijn het immers die de traditie overnemen en later weer moeten doorgeven aan de generatie na hen. Zij kunnen er ook voor zorgen dat hun traditie verandert, met de tijd meegaat. De veelgehoorde klacht dat er geen jongeren zijn met interesse voor immaterieel erfgoed is niet op waarheid gebaseerd. Passie. Jongeren en immaterieel erfgoed laat zien wat jongeren leuk vinden aan tradities en kan op die manier gemeenschappen van tradities die meer jongeren willen aantrekken een helpende hand bieden.

Het Zomercarnaval van Rotterdam, het Bloemencorso van Zundert, carbidschieten in Drenthe, Brigida-den halen, het vreugdevuur van Scheveningen, allemaal kennen ze een grote deelname van jongeren. Uiteraard, het sociale aspect, gezelligheid, samen bezig zijn en feest vieren spreken jongeren aan. Maar ook ambachten als angisa binden, heggenvlechten, klompen maken en molenaar kent jonge participanten. Vaak is het juist de historie achter de traditie die deze voor jongeren een extra dimensie geeft.

Passie. Jongeren en immaterieel erfgoed is het negende boek in de serie Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed waarin eerder al succesvolle titels verschenen als Gouden Handen. Ambachten in Nederland en Menselijk Bedrijf – van werkplaats tot eeuwigheid.

Passie. Jongeren en immaterieel erfgoed (Beilen, 2015)

Circustentoonstelling

Met een authentieke circusparade door het park van het Nederlands Openluchtmuseum werd op zondag 7 december de tentoonstelling Hooggeëerd publiek - Komt dat zien, komt dat zien! feestelijk geopend. De parade met onder andere jongleurs, acrobaten, paarden, kamelen, ganzen en lama's en uiteraard de muziek van het circusorkest voerde naar het entreepaviljoen waar de de opening werd verricht door Pammy Boltini (weduwe van Tony Boltini) en spreekstalmeester Robert Ronday. 

De tentoonstelling is samengesteld door de Stichting Circus Cultuur en het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed en is te zien tijdens de winteropenstelling in het Openluchtmuseum tot en met 11 januari 2015.

Door en over de circusgemeenschap

De tentoonstelling is samengesteld door de circusgemeenschap zelf. Het Nederlands Openluchtmuseum biedt de Stichting Circus Cultuur hiermee een podium om hun immaterieel cultureel erfgoed te presenteren aan museumbezoekers. Het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) realiseerde een levendige, echte circussfeer met authentieke voorwerpen van de circusgemeenschap en bruiklenen van de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam.

Hooggeëerd publiek, Komt dat zien, komt dat zien! loopt van 29 november 2014 tot en met 11 januari 2015 in het Openluchtmuseum Arnhem.

circus tentoonstelling

Vijftigste traditie op Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed

Begeleid door twee oorverdovende knallen heeft Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE), de vijftigste traditie geplaatst op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland. Het spektakel was toepasselijk: het illustreerde zowel de snelle groei van deze Nationale Inventaris als de aard van betrokken traditie zelf: het carbidschieten in Drenthe. De gemeenschap die deze traditie had voorgedragen voor plaatsing had dan ook de eer zelf de knallen te verzorgen: de Stichting Carbidschieten Drenthe. Burgemeester K. Loohuis van Hoogeveen kwam de feestelijke plaatsing ondersteunen door het officiële certificaat van de Nationale Inventaris mede te ondertekenen.

De gebeurtenis vond plaats tijdens een feestelijke bijeenkomst in Culemborg, waarvoor alle gemeenschappen met een traditie op de Inventaris en alle organisaties die een voordracht voorbereiden, waren uitgenodigd. Het oorverdovende hoogtepunt was ingebed in een feestelijke contactdag, afgesloten met een bezoek aan een bouwschuur van het Fruitcorso Tiel, dat ook op de Nationale Inventaris staat.

Nationale Inventaris

Nederland heeft in mei 2012 de UNESCO Conventie ter Bescherming van Immaterieel Cultureel Erfgoed geratificeerd. Daarmee verplichtte de overheid zich om het immaterieel erfgoed van het Koninkrijk Nederland in kaart te brengen, toegankelijk te maken en te beschermen. De Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed is een lijst van tradities en ambachten die door de betrokken gemeenschappen zelf zijn voorgedragen voor een plaats op de Inventaris. Zij stellen zich verantwoordelijk voor de erfgoedzorg door hun traditie levend te houden en door te geven aan toekomstige generaties. VIE heeft de taak om deze gemeenschappen daarbij te ondersteunen en de voordracht te begeleiden, die wordt getoetst door een onafhankelijke Toetsingscommissie. Begin oktober 2012 zijn de eerste drie tradities op de Nationale Inventaris geplaatst en nu staan er dus al vijftig op.

Tradities en ambachten zoals bloemencorso’s, processies, kermissen, papier scheppen en hennakunst zijn maar een deel van de rijkdom aan immaterieel erfgoed die in Nederland en de overzeese gebieden bestaat. Het erfgoed wordt gedragen door gemeenschappen, die een groot deel van hun tijd en energie steken in het uitvoeren en doorgeven van hun traditie. Dit levend erfgoed zorgt voor een gevoel van verbondenheid met elkaar, maar ook voor diversiteit en een band met het verleden.

De snelle groei van de Nationale Inventaris is typerend voor het enthousiasme van de mensen die bezig zijn met hun traditie of ambacht. De gemeenschappen die de tradities van de Nationale Inventaris dragen, zorgen ervoor dat ze levend blijven, zodat ook mensen in de toekomst kunnen genieten van dit erfgoed. De tradities op de Nationale Inventaris worden door de gemeenschappen zelf voorgedragen voor plaatsing. Hiervoor moeten zij onder meer een erfgoedzorgplan maken waarin ze beschrijven hoe ze problemen in de overdracht naar volgende generaties willen aanpakken. Een belangrijk kenmerk van immaterieel erfgoed is dat het gaat om levend erfgoed, dat elke generatie zich eigen moet maken en dat dus continu verandert.

Carbidschieten

Het carbidschieten was toevallig de vijftigste traditie die in aanmerking kwam voor plaatsing. Carbidschieten is een traditie die mateloos populair is op het platteland in Noord- en Oost-Nederland. Bij carbidschieten doe je wat carbid in een melkbus die schuin omhoog gezet wordt. Het carbid wordt natgemaakt en de bus wordt afgesloten met een bal. In de bus ontstaat gas dat vervolgens wordt aangestoken, daardoor schiet de bal met een knal meters ver weg. Carbidschieten hoort bij Oud en Nieuw. Er zijn dan ook wedstrijden, waarbij het erom gaat de bal zo ver mogelijk weg te schieten. Er bestaat zelfs een Open Drents Kampioenschap. Overigens gaat het bij carbidschieten vooral om de sfeer. Voorzitter John Schoonheim van de Stichting Carbidschieten Drenthe kreeg uit handen van Ineke Strouken het officiële certificaat van plaatsing en het schildje met het logo van de Nationale Inventaris. Daarmee behoort het carbidschieten tot het erkende immaterieel erfgoed in Nederland.

carbidschieten

NOS journaal

Bekijk hier het NOS journaal over carbidschieten op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed:
http://nos.nl/video/667379-carbidschieten-nationaal-erfgoed.html.

Deelnemers aan de feestelijke contactdag op 28 juni 2014 in Culemborg

bijeenkomst 28 juni 2014

Gouden Handen, ambachten in Nederland

Aan het ambacht herken je de hand van de meester. Deze kennis laten we toch niet verloren gaan? Dat mag het motto heten van het boek Gouden Handen, ambachten in Nederland dat in het kader van het Jaar van de Ambachten verschenen is.

Ambachten zijn belangrijk immaterieel erfgoed. In haar conventie over het immaterieel erfgoed heeft UNESCO er de aandacht voor gevraagd. Voor het Nederland Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed vormen de ambachten dit jaar een speerpunt. Allemaal met het doel om de ambachten goed op de kaart te zetten en de ambachtsmensen te ondersteunen bij het enthousiasmeren en doorgeven van hun kennis aan jongere generaties.

In het boek Gouden handen, ambachten in Nederland vertellen ruim veertig ambachtslieden over de passie voor hun ambacht. Het boek is geïllustreerd met vele prachtige foto’s en brengt zo tot uitdrukking met hoeveel kennis, zorg en aandacht de ambachtsmensen hun vak beoefenen. Van de ornamentsnijder tot de papierschepper, van de koperslager tot de molensteenmaker. Voor elk van hen vormt het ambacht een groot deel van hun leven en identiteit. Daarnaast geven twaalf opinieleiders hun mening over het belang van ambachten voor onze moderne samenleving.

Gouden Handen gaat in op het belang van ambachten voor onze samenleving en waarom het belangrijk is om een toekomst te creëren voor ambachten.

Het boek is uitverkocht.

gouden handen

Op zondag 2 september 2012 om 14.00 uur gaf staatssecretaris Halbe Zijlstra het startschot voor de uitvoering van het UNESCO Verdrag ter Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland. Dat deed hij midden op straat tijdens het Bloemencorso van Zundert, tussen de tribunes. Het Zundertse corso is één van de tradities die graag op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland willen komen. Op straat tijdens de corsostoet, met een van de corsowagens als achtergrond, zette de staatssecretaris symbolisch nog een keer zijn handtekening.

Nederland krijgt er met het ondertekenen van het UNESCO Verdrag ter Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed een nieuwe erfgoedpoot bij. Naast het materieel erfgoed is er nu ook oog voor het immaterieel erfgoed, de tradities en rituelen die mensen niet verloren willen laten gaan en die ze willen doorgeven aan hun kinderen en kleinkinderen. Immaterieel erfgoed is levend erfgoed en het beschermen ervan vraagt een geheel andere aanpak dan het beschermen van monumenten en archiefstukken.

In 2003 namen de landen die zijn aangesloten bij UNESCO een verdrag  aan om het immaterieel erfgoed te gaan beschermen om de culturele diversiteit in de wereld te waarborgen. Met name landen die veel verhalen, feesten, rituelen en gebruiken, volkskennis (zoals kennis van geneeskrachtige kruiden) en ambachten hebben, hebben zich voor het verdrag ingezet.

Immaterieel erfgoed is levend erfgoed en wordt gedragen door mensen die er liefde voor voelen en hun traditie willen doorgeven aan volgende generaties. Daarvoor moet het meegaan met de tijd en door elke generatie worden eigen gemaakt. Beschermen betekent dan ook helpen om de waardering van dit erfgoed te vergroten, het belang ervan te erkennen en het veilig te stellen voor de toekomst.

In Nederland zijn circa tweeduizend groepen mensen die zich inzetten om een traditie levend te houden en door te geven aan volgende generaties. Het Bloemencorso in Zundert is er een van. Het corso is sociaal cement, het is lijm. Het verbindt de gemeenschap, het inspireert, het verleent identiteit. Het corso is veel meer dan een evenement op de eerste zondag in september, het is een sociaal fenomeen dat de Zundertse gemeenschap het hele jaar door in zijn greep houdt. Dat maakt het tot een goed voorbeeld van wat Immaterieel Erfgoed is en waarom het belangrijk is. En tot een goede plek om het startsein te geven tot het samenstellen van de inventaris van immaterieel erfgoed in Nederland. 

De coördinatie van het in kaart brengen van het immaterieel erfgoed in Nederland is handen gelegd van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed.

Startschot UNESCO Verdrag Immaterieel Cultureel Erfgoed

VIE ondertekening verdrag

Koninkrijk Nederland aanvaardt UNESCO Verdrag inzake de bescherming van het Immaterieel Cultural Erfgoed

Op 15 mei 2012 is de akte van aanvaarding voor het Koninkrijk der Nederlanden bij het Verdrag inzake de bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed neergelegd bij UNESCO.

UNESCO heeft sinds 2003, naast het verdrag dat het materiële erfgoed beschermt, ook dit Verdrag, dat het immateriële erfgoed beschermt. Dit verdrag gaat over zaken als dans, zang, ambachten en kennis/gebruik van planten. Onder het Verdrag worden immaterieel erfgoed lijsten opgesteld, als tegenhanger van de UNESCO monumentenlijst.

Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden zal het Verdrag vanaf 15 augustus 2012 gelden voor het Europese deel van Nederland, voor het Caribische deel van Nederland (de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba) en voor Aruba.